donderdag, september 30, 2004
VIRUSAANVALLEN
De vorige bewoners van ons tijdelijke huis hebben overhaast het land verlaten. Zij lieten nogal wat spullen achter, en omdat wij, afgezien van kleren, speelgoed, een scheerapparaat en een ladyshave, niets bezitten, hebben wij alles fluks overgenomen. Zo ook de computer.
De computer was weliswaar voorzien van het meest bekende antivirusprogramma en een firewall, maar dit bleek achteraf toch niet afdoende te zijn geweest. Nadat wij namelijk Windows 98 door XP vervangen hadden, begon het gesodemieter. Er zijn blijkbaar virussen die alleen op windows XP aangrijpen, dus voorheen lieten ze zich niet zien. Nu wel. Elke 10 minuten schakelde de computer zichzelf uit, met de opbeurende mededeling dat ik nog een minuut had om mijn gegevens op te slaan, en een aftellende tijdklok, alsof er een bom op springen stond. Ook de nieuwste versie van het bekendste antivirusprogramma beweerde echter, dat de computer schoon was.
Twee dagen heb ik achter het beeldscherm zitten puffen. Tijdens de schamele minuutjes dat de computer zichzelf niet uitschakelde, heb ik als een bezetene het internet afgesurfd naar informatie. Eenmaal had ik het bijna voor elkaar, en toen deed zich een kleine stroomstoring voor...@#$!!
's Avonds laat op de tweede dag was het voor elkaar. Een programma van het internet herkende de laatste worm die Norton had laten zitten. De computer doet het weer! Als er iemand problemen mocht hebben, inmiddels ben ik een self made expert geworden. Ik heb weliswaar de laatste virus definities gedownload, maar laat nu ook wekelijks een ander antivirus programma online los op de computer.
Ik heb er wel iets van geleerd. Namelijk hoe afhankelijk we zijn geworden van dit medium. En hoeveel tijd ik erachter doorbreng. Wat ongezond eigenlijk. Ik denk dat ik maar eens een wandeling ga maken. Misschien kom ik dan een echte virus tegen.
Reageer
De vorige bewoners van ons tijdelijke huis hebben overhaast het land verlaten. Zij lieten nogal wat spullen achter, en omdat wij, afgezien van kleren, speelgoed, een scheerapparaat en een ladyshave, niets bezitten, hebben wij alles fluks overgenomen. Zo ook de computer.
De computer was weliswaar voorzien van het meest bekende antivirusprogramma en een firewall, maar dit bleek achteraf toch niet afdoende te zijn geweest. Nadat wij namelijk Windows 98 door XP vervangen hadden, begon het gesodemieter. Er zijn blijkbaar virussen die alleen op windows XP aangrijpen, dus voorheen lieten ze zich niet zien. Nu wel. Elke 10 minuten schakelde de computer zichzelf uit, met de opbeurende mededeling dat ik nog een minuut had om mijn gegevens op te slaan, en een aftellende tijdklok, alsof er een bom op springen stond. Ook de nieuwste versie van het bekendste antivirusprogramma beweerde echter, dat de computer schoon was.
Twee dagen heb ik achter het beeldscherm zitten puffen. Tijdens de schamele minuutjes dat de computer zichzelf niet uitschakelde, heb ik als een bezetene het internet afgesurfd naar informatie. Eenmaal had ik het bijna voor elkaar, en toen deed zich een kleine stroomstoring voor...@#$!!
's Avonds laat op de tweede dag was het voor elkaar. Een programma van het internet herkende de laatste worm die Norton had laten zitten. De computer doet het weer! Als er iemand problemen mocht hebben, inmiddels ben ik een self made expert geworden. Ik heb weliswaar de laatste virus definities gedownload, maar laat nu ook wekelijks een ander antivirus programma online los op de computer.
Ik heb er wel iets van geleerd. Namelijk hoe afhankelijk we zijn geworden van dit medium. En hoeveel tijd ik erachter doorbreng. Wat ongezond eigenlijk. Ik denk dat ik maar eens een wandeling ga maken. Misschien kom ik dan een echte virus tegen.
Reageer
woensdag, september 29, 2004
HET DOOSJE
Op een school met 482 kinderen moeten de dingen wat meer gestructureerd worden dan op een school met 25 kinderen. Zeker wanneer het een internationale school betreft met astronomische toegangsprijzen. Stel dat er iets fout zou gaan, dan zou de school zomaar voor het gerecht gesleept kunnen worden! Soms gaat de mate van structurering mij iets te ver.
Aan het ontbijt kreeg Elodie een aanval van accute stress. Op school krijgen de kinderen lunch verstrekt, eveneens duur maar van goede kwaliteit. Snacks hoorden ook bij de keuzemogelijkheden. Mijn kinderen vonden niets aan deze snacks, veel te veel zoetigheid. Ze kregen liever een stuk fruit van thuis mee.
Toen Elodie echter haar banaan zag liggen, bedacht ze plotsklaps dat de juffrouw had gezegd dat die niet zo meekon. Er moest een doosje omheen!
Ik raakte lichtelijk geirriteerd. “Wat voor doosje? Een schoenendoosje? Een bananendoosje?” Nee, het moest een soort lunchtrommel zijn. Blijkbaar moesten alle kinderen, die zo dom waren niet van de school-snack-mogelijkheid gebruik te maken, hun snack in een mand deponeren, welke naar de lunchkamer werd gebracht. Een banaan zonder Doosje kon van deze transportmogelijkheid geen gebruik maken, helaas.
’s Middags ben ik op pad gegaan, om het Doosje aan te schaffen. En dat viel nog niet mee, aangezien de meeste lunchtrommeltjes te klein zijn om een banaan van Bangladeshi afmeting in zich te dragen. Maar het is gelukt, de banaan kan zich voortaan netjes verpakt door de school verplaatsen.
Reageer
Op een school met 482 kinderen moeten de dingen wat meer gestructureerd worden dan op een school met 25 kinderen. Zeker wanneer het een internationale school betreft met astronomische toegangsprijzen. Stel dat er iets fout zou gaan, dan zou de school zomaar voor het gerecht gesleept kunnen worden! Soms gaat de mate van structurering mij iets te ver.
Aan het ontbijt kreeg Elodie een aanval van accute stress. Op school krijgen de kinderen lunch verstrekt, eveneens duur maar van goede kwaliteit. Snacks hoorden ook bij de keuzemogelijkheden. Mijn kinderen vonden niets aan deze snacks, veel te veel zoetigheid. Ze kregen liever een stuk fruit van thuis mee.
Toen Elodie echter haar banaan zag liggen, bedacht ze plotsklaps dat de juffrouw had gezegd dat die niet zo meekon. Er moest een doosje omheen!
Ik raakte lichtelijk geirriteerd. “Wat voor doosje? Een schoenendoosje? Een bananendoosje?” Nee, het moest een soort lunchtrommel zijn. Blijkbaar moesten alle kinderen, die zo dom waren niet van de school-snack-mogelijkheid gebruik te maken, hun snack in een mand deponeren, welke naar de lunchkamer werd gebracht. Een banaan zonder Doosje kon van deze transportmogelijkheid geen gebruik maken, helaas.
’s Middags ben ik op pad gegaan, om het Doosje aan te schaffen. En dat viel nog niet mee, aangezien de meeste lunchtrommeltjes te klein zijn om een banaan van Bangladeshi afmeting in zich te dragen. Maar het is gelukt, de banaan kan zich voortaan netjes verpakt door de school verplaatsen.
Reageer
dinsdag, september 28, 2004
ALWEER HET WEER
Wanneer ik mede-expats in het buitenland spreek, beweren ze heel vaak, dat zij een invloed hebben op het weer.
“Overal waar ik ben, regent het.”
“Als ik ergens ga wonen regent het helemaal niet meer.”
“Waar ik ook maar naartoe ga, ik word altijd gevolgd door natuurrampen.”
Langzamerhand begrijp ik hiervan de achtergrond. Als je nieuw bent in een land, en het is heel heet, zeggen de mensen:
“Dit is niet normaal hoor. Meestal is het in deze maand maar 20 graden.”
Of als het erg regent: “Andere jaren was de droge tijd nu allang begonnen.”
Kortom, de nieuwe buitenlander heeft altijd pech. In de jaren voor zijn komst was het heerlijk. Maar dit jaar? Nog nooit zo iets gezien!
Nou moet ik wel zeggen, dat er in de krant stond dat dit een absoluut regenrampjaar was voor Bangladesh. En in het jaar dat we naar Oezbekistan gingen, vond the “massive drought” plaats. Beide gebeurtenissen werden wereldwijd erkend en leidden tot een aanzienlijk grotere toevloed van humanitaire hulp. Zouden wij dan misschien ook een invloed hebben op het weer? Het regent in elk geval alweer enkele dagen ruimschoots. Terwijl het droge seizoen eind september had moeten aanvangen.
Reageer
Wanneer ik mede-expats in het buitenland spreek, beweren ze heel vaak, dat zij een invloed hebben op het weer.
“Overal waar ik ben, regent het.”
“Als ik ergens ga wonen regent het helemaal niet meer.”
“Waar ik ook maar naartoe ga, ik word altijd gevolgd door natuurrampen.”
Langzamerhand begrijp ik hiervan de achtergrond. Als je nieuw bent in een land, en het is heel heet, zeggen de mensen:
“Dit is niet normaal hoor. Meestal is het in deze maand maar 20 graden.”
Of als het erg regent: “Andere jaren was de droge tijd nu allang begonnen.”
Kortom, de nieuwe buitenlander heeft altijd pech. In de jaren voor zijn komst was het heerlijk. Maar dit jaar? Nog nooit zo iets gezien!
Nou moet ik wel zeggen, dat er in de krant stond dat dit een absoluut regenrampjaar was voor Bangladesh. En in het jaar dat we naar Oezbekistan gingen, vond the “massive drought” plaats. Beide gebeurtenissen werden wereldwijd erkend en leidden tot een aanzienlijk grotere toevloed van humanitaire hulp. Zouden wij dan misschien ook een invloed hebben op het weer? Het regent in elk geval alweer enkele dagen ruimschoots. Terwijl het droge seizoen eind september had moeten aanvangen.
Reageer
maandag, september 27, 2004
KWARTELEITJES
Het restaurant waar wij aten werd door de airconditioning, die boven onze hoofden hing, gekoeld tot Siberische temperaturen. De gesprekken moesten ons warm houden en gingen dan ook over eten. Over de speciale etenswaren die je in Bangladesh in de winkels ziet liggen.
“Je ziet hier overal kwarteleitjes, leuk he?”
“Ja en ze zijn zo goed bruikbaar, ik gebruik wel twee dozijn in de week!”
Ik zag al mogelijkheden voor nieuwe recepten. “Wat doe je er dan zoal mee?”
“Nou ik meng ze met limoensap en olijfolie, en dan goed kloppen.”
Dat klonk alvast lekker. “En dan, bak je het of zo?”
“Nee natuurlijk niet, dat smeer ik elke dag op mijn gezicht. Je krijgt er een prachtige huid van!”
Soms ben ik wel eens bang dat ik niet van deze wereld ben.

Reageer
Het restaurant waar wij aten werd door de airconditioning, die boven onze hoofden hing, gekoeld tot Siberische temperaturen. De gesprekken moesten ons warm houden en gingen dan ook over eten. Over de speciale etenswaren die je in Bangladesh in de winkels ziet liggen.
“Je ziet hier overal kwarteleitjes, leuk he?”
“Ja en ze zijn zo goed bruikbaar, ik gebruik wel twee dozijn in de week!”
Ik zag al mogelijkheden voor nieuwe recepten. “Wat doe je er dan zoal mee?”
“Nou ik meng ze met limoensap en olijfolie, en dan goed kloppen.”
Dat klonk alvast lekker. “En dan, bak je het of zo?”
“Nee natuurlijk niet, dat smeer ik elke dag op mijn gezicht. Je krijgt er een prachtige huid van!”
Soms ben ik wel eens bang dat ik niet van deze wereld ben.

Reageer
zondag, september 26, 2004
EN DE MUZIEK SPEELT DOOR
Papa en mama hebben een wagentje voor mij gekocht, zo’n pre-driewieler op vier wielen. Ons huis is heel groot en heeft tegels op de vloer dus ik kan lekker racen. Maar er is nog iets anders. Dit wagentje heeft batterijen. En een stel knoppen. De ene knop doet Oewie-oewie-oewie, en de andere knop produceert kinderliedjes.
Toen papa en mama het wagentje kochten, probeerden een geluidloos mobiel te vinden, maar helaas lukte dat niet. Mijn vader bezwoer mijn moeder, dat hij binnen 24 uur de batterijen uit het ding zou halen.
Hoe anders kan de werkelijkheid zijn. Zodra ik mijn handen op het wagentje had gelegd, besloot ik er optimaal gebruik van te maken. Ik drukte keer op keer op het knopje om de leuke melodietjes te laten weerklinken. En dan danste ik op de muziek. En ik straalde, en klapte in mijn handen. Tot mijn vader helemaal week werd van binnen. “Och, wat is ze weer zoet!”
We zijn alweer tien dagen verder. De batterijen zitten er nog steeds in. Mijn vader is de hele dag naar het werk. Mijn moeder is thuis. En de muziek speelt en speelt.

Reageer
Papa en mama hebben een wagentje voor mij gekocht, zo’n pre-driewieler op vier wielen. Ons huis is heel groot en heeft tegels op de vloer dus ik kan lekker racen. Maar er is nog iets anders. Dit wagentje heeft batterijen. En een stel knoppen. De ene knop doet Oewie-oewie-oewie, en de andere knop produceert kinderliedjes.
Toen papa en mama het wagentje kochten, probeerden een geluidloos mobiel te vinden, maar helaas lukte dat niet. Mijn vader bezwoer mijn moeder, dat hij binnen 24 uur de batterijen uit het ding zou halen.
Hoe anders kan de werkelijkheid zijn. Zodra ik mijn handen op het wagentje had gelegd, besloot ik er optimaal gebruik van te maken. Ik drukte keer op keer op het knopje om de leuke melodietjes te laten weerklinken. En dan danste ik op de muziek. En ik straalde, en klapte in mijn handen. Tot mijn vader helemaal week werd van binnen. “Och, wat is ze weer zoet!”
We zijn alweer tien dagen verder. De batterijen zitten er nog steeds in. Mijn vader is de hele dag naar het werk. Mijn moeder is thuis. En de muziek speelt en speelt.

Reageer
zaterdag, september 25, 2004
HOMO FABER
De informatie-avond op de internationale school was gebaseerd op dezelfde werkwijze die veel humanitaire en andere internationale instellingem hanteren, en waarvan men blijkbaar denkt dat alle expats daar dol op zijn. Ik verdenk presentatoren er wel eens van dat ze denken dat wij het toch niet begrijpen, en dus automatisch onder de indruk zijn van het verhaal.
De plannen worden gepresenteerd in schematische vorm, doorspekt met “goals”. “objectives”, “workplans”, “strategy”, “portfolio” en soortgelijke uitdrukkingen. Dit keer was het schema een cirkel en kwamen alle duistere begrippen uit de hoeken geschoten als pijlen naar een dartboard.
Het centrale thema was “Homo faber”. Daar hadden zij ons alvast mooi mee te pakken. Homo sapiens, gesneden koek. Homo erectus, daar lopen we ook nog mee weg. Maar Homo faber*? De makende mens, misschien? Ik weet dat het de titel is van een Duitse roman, maar verder reikt mijn kennis niet.
In de auto wordt het probleem doorgesproken met de kinderen. Zij weten het ook niet, noch hebben ze er op school ooit over horen praten. Opeens buigt Elodie zich naar me toe. Blozende wangetjes, twinkelende lach. “Ik denk dat ik het weet mam. Mag ik het in je oor fluisteren? Want het is een beetje een vies woord.”
Nieuwsgierig luister ik. “Volgens mij is het een homosexualist!”
*Homo faber = Technische mens
Reageer
De informatie-avond op de internationale school was gebaseerd op dezelfde werkwijze die veel humanitaire en andere internationale instellingem hanteren, en waarvan men blijkbaar denkt dat alle expats daar dol op zijn. Ik verdenk presentatoren er wel eens van dat ze denken dat wij het toch niet begrijpen, en dus automatisch onder de indruk zijn van het verhaal.
De plannen worden gepresenteerd in schematische vorm, doorspekt met “goals”. “objectives”, “workplans”, “strategy”, “portfolio” en soortgelijke uitdrukkingen. Dit keer was het schema een cirkel en kwamen alle duistere begrippen uit de hoeken geschoten als pijlen naar een dartboard.
Het centrale thema was “Homo faber”. Daar hadden zij ons alvast mooi mee te pakken. Homo sapiens, gesneden koek. Homo erectus, daar lopen we ook nog mee weg. Maar Homo faber*? De makende mens, misschien? Ik weet dat het de titel is van een Duitse roman, maar verder reikt mijn kennis niet.
In de auto wordt het probleem doorgesproken met de kinderen. Zij weten het ook niet, noch hebben ze er op school ooit over horen praten. Opeens buigt Elodie zich naar me toe. Blozende wangetjes, twinkelende lach. “Ik denk dat ik het weet mam. Mag ik het in je oor fluisteren? Want het is een beetje een vies woord.”
Nieuwsgierig luister ik. “Volgens mij is het een homosexualist!”
*Homo faber = Technische mens

Reageer
vrijdag, september 24, 2004
UITSLAPEN
Vrijdagochtend, half zeven. Wreed worden wij uit onze slaap gewekt, door klappen en bengen van hamers en het luide geratel van een pomp. Bouwvakkers slaan met brute kracht met grote hamers op het betonvlechtwerk om dit in het juiste model te krijgen. Vrijdag is zondag voor Moslims, en Allah heeft dus werk verboden.
Op het perceel dat aan onze tuin grenst wordt een flat gebouwd. En de bouw is net begonnen. De werkers kusten vanochtend hun gesluierde vrouw gedag. En aten geen bacon bij het ontbijt. Maar Allah was selectief, en zei dat zij vandaag best mochten werken.
Het weekeinde duurt maar een dag hier. Dus morgen gaat de bouw zeker door. Men zegt dat het gemiddeld een jaar duurt, in dit land, om een huis te bouwen. Dus over een jaar kunnen we weer uitslapen. In sj’allah.
Reageer
Vrijdagochtend, half zeven. Wreed worden wij uit onze slaap gewekt, door klappen en bengen van hamers en het luide geratel van een pomp. Bouwvakkers slaan met brute kracht met grote hamers op het betonvlechtwerk om dit in het juiste model te krijgen. Vrijdag is zondag voor Moslims, en Allah heeft dus werk verboden.
Op het perceel dat aan onze tuin grenst wordt een flat gebouwd. En de bouw is net begonnen. De werkers kusten vanochtend hun gesluierde vrouw gedag. En aten geen bacon bij het ontbijt. Maar Allah was selectief, en zei dat zij vandaag best mochten werken.
Het weekeinde duurt maar een dag hier. Dus morgen gaat de bouw zeker door. Men zegt dat het gemiddeld een jaar duurt, in dit land, om een huis te bouwen. Dus over een jaar kunnen we weer uitslapen. In sj’allah.
Reageer
donderdag, september 23, 2004
KAAS
Het is nog vroeg in de ochtend. Teb en de kinderen zijn al op weg naar school, zij moeten rond half acht aanwezig zijn. Anna is net wakker. We gaan samen naar beneden. Ik heb nog niet ontbeten, om half zeven is mijn honger nog niet van dien aard dat ik het gevecht met een bruine boterham aankan. De ontbijtspullen staan gelukkig nog op tafel. Ik besluit een kop koffie voor mezelf te maken met behulp van onze onnavolgbare espresso machine.
Normaal springt Anna dan om me heen als een aanhankelijk hondje. Nu is ze in de kamer bezig met een onbekende missie. Na vijf minuten komen de resultaten daarvan mij onder ogen. Zij heeft een stoel beklommen en kon daardoor juist het stuk kaas pakken, het stuk dat wij slechts met veel moeite en tegen een hoge prijs hebben kunnen bemachtigen.
Het stuk is gereduceerd tot een hompje, ze heeft het aan alle kanten netjes afgekloven. Voor consumptie verder ongeschikt.
Ze heft haar stralende snoet naar mij op. Haar heeft de kaas in elk geval goed gesmaakt!
Reageer
Het is nog vroeg in de ochtend. Teb en de kinderen zijn al op weg naar school, zij moeten rond half acht aanwezig zijn. Anna is net wakker. We gaan samen naar beneden. Ik heb nog niet ontbeten, om half zeven is mijn honger nog niet van dien aard dat ik het gevecht met een bruine boterham aankan. De ontbijtspullen staan gelukkig nog op tafel. Ik besluit een kop koffie voor mezelf te maken met behulp van onze onnavolgbare espresso machine.
Normaal springt Anna dan om me heen als een aanhankelijk hondje. Nu is ze in de kamer bezig met een onbekende missie. Na vijf minuten komen de resultaten daarvan mij onder ogen. Zij heeft een stoel beklommen en kon daardoor juist het stuk kaas pakken, het stuk dat wij slechts met veel moeite en tegen een hoge prijs hebben kunnen bemachtigen.
Het stuk is gereduceerd tot een hompje, ze heeft het aan alle kanten netjes afgekloven. Voor consumptie verder ongeschikt.
Ze heft haar stralende snoet naar mij op. Haar heeft de kaas in elk geval goed gesmaakt!

Reageer
woensdag, september 22, 2004
LAMSHERSENEN
Ik was de enige westers geklede vrouw op het diner, georganiseerd door de agent die consultants voor projecten aanlevert. Er waren sowieso maar drie vrouwen. Een van hen was zelf consultant, maar van de andere vrouw en mij was het achteraf onduidelijk of de uitnodiging eigenlijk ook voor ons was bedoeld.
De consultant was een vrouw van 50, een kleine, slanke, pittige dame, met intelligente levendige bruine ogen en gekleed in een prachtige mosgroene met gouden sari en een bijpassende sjaal. De ander was de echtgenote van Tebs collega, een Kazakhse, een maand geleden aangekomen en gehuld in een lokaal tenue met een toeristisch tintje. Ze hadden een diepgaande culinaire conversatie.
“Ik hoorde dat jullie in Bangladesh ook lamshersenen eten?”
“Ja, dat is een delicatesse hier.”
“In Kazakhstan ook, maar wij laten het vel aan de kop zitten, dat doen ze hier niet. We maken het wel eerst schoon hoor! Toen ik in Bulgarije op vakantie was, heb ik elke dag lamshersenen gegeten.”
“Ja, toen ik nog thuis woonde aten we het vaak. De hele kop kwam dan op tafel. Mijn vader sneed dan de bovenkant eraf.” Ze doet met een snijdende beweging in de lucht voor hoe dat in zijn werk ging. “Mijn vader was er erg goed in, hij was dan ook hersen-chirurg.”
Het is niet te hopen dat hij ook van zijn patienten proefde.
Reageer
Ik was de enige westers geklede vrouw op het diner, georganiseerd door de agent die consultants voor projecten aanlevert. Er waren sowieso maar drie vrouwen. Een van hen was zelf consultant, maar van de andere vrouw en mij was het achteraf onduidelijk of de uitnodiging eigenlijk ook voor ons was bedoeld.
De consultant was een vrouw van 50, een kleine, slanke, pittige dame, met intelligente levendige bruine ogen en gekleed in een prachtige mosgroene met gouden sari en een bijpassende sjaal. De ander was de echtgenote van Tebs collega, een Kazakhse, een maand geleden aangekomen en gehuld in een lokaal tenue met een toeristisch tintje. Ze hadden een diepgaande culinaire conversatie.
“Ik hoorde dat jullie in Bangladesh ook lamshersenen eten?”
“Ja, dat is een delicatesse hier.”
“In Kazakhstan ook, maar wij laten het vel aan de kop zitten, dat doen ze hier niet. We maken het wel eerst schoon hoor! Toen ik in Bulgarije op vakantie was, heb ik elke dag lamshersenen gegeten.”
“Ja, toen ik nog thuis woonde aten we het vaak. De hele kop kwam dan op tafel. Mijn vader sneed dan de bovenkant eraf.” Ze doet met een snijdende beweging in de lucht voor hoe dat in zijn werk ging. “Mijn vader was er erg goed in, hij was dan ook hersen-chirurg.”
Het is niet te hopen dat hij ook van zijn patienten proefde.
Reageer
dinsdag, september 21, 2004
DE KOK DIE NIET KON KOKEN
Er was eens een arme Bangladeshi man. Dit was niet lang geleden, eigenlijk vrij recent zelfs. Om zijn kinderen een betere toekomst te geven, zocht hij naar een baan bij rijke buitenlanders. Helaas had hij opleiding noch ervaring. Maar hij probeerde aan de slag te komen als kok, schoonmaker, chauffeur, bewaker of kinderoppas.
Het duurde even voor hij iets gevonden had, maar uiteindelijk lukte het. Hij kon nog niet veel maar na drie jaar had hij aardig wat bijgeleerd. Toen zijn eerste baan ten einde liep, stapte hij even zo vrolijk over op de volgende baan, niet noodzakelijk in hetzelfde vakgebied.
Eerlijk gezegd was hij niet de enige. Er waren vele mannen en vrouwen zoals hij. Zo kon het gebeuren dat de buitenlander een kok huurde die nog geen ei kon koken, of een chauffeur die reed als een krant.
Met de kok hadden we geluk. In zijn 15-jarige carriere trad hij al een aantal maal als kok op, en hij is erg leergierig. De nanny, hier aya geheten, was een ander verhaal. De eerste had nog nooit een baby vastgehouden en verschoonde binnen anderhalf uur drie keer Anna's luier. Ze was zelf zo ongelukkig met haar nieuw verworven taak dat ze na een dag al niet meer terugkwam.
Inmiddels heeft de tweede aya zich aangekondigd. Ze is twintig en een frisse schoonheid. Helaas weet ze niet dat kinderen van 16 maanden niet op enkel melk kunnen leven. En als Anna een intrigerend spoor van plasdruppels achterlaat, ziet ze daarin geen aanwijzing dat de luier weleens verwisseld zou mogen worden. Ze denkt dat het haar taak is om Anna, zolang zij niet in bed ligt, op haar arm te houden.
Het is een leerproces. Ook voor ons. En wij moeten nog heel veel leren. Het werk moet nog maar even wachten.
Reageer
Er was eens een arme Bangladeshi man. Dit was niet lang geleden, eigenlijk vrij recent zelfs. Om zijn kinderen een betere toekomst te geven, zocht hij naar een baan bij rijke buitenlanders. Helaas had hij opleiding noch ervaring. Maar hij probeerde aan de slag te komen als kok, schoonmaker, chauffeur, bewaker of kinderoppas.
Het duurde even voor hij iets gevonden had, maar uiteindelijk lukte het. Hij kon nog niet veel maar na drie jaar had hij aardig wat bijgeleerd. Toen zijn eerste baan ten einde liep, stapte hij even zo vrolijk over op de volgende baan, niet noodzakelijk in hetzelfde vakgebied.
Eerlijk gezegd was hij niet de enige. Er waren vele mannen en vrouwen zoals hij. Zo kon het gebeuren dat de buitenlander een kok huurde die nog geen ei kon koken, of een chauffeur die reed als een krant.
Met de kok hadden we geluk. In zijn 15-jarige carriere trad hij al een aantal maal als kok op, en hij is erg leergierig. De nanny, hier aya geheten, was een ander verhaal. De eerste had nog nooit een baby vastgehouden en verschoonde binnen anderhalf uur drie keer Anna's luier. Ze was zelf zo ongelukkig met haar nieuw verworven taak dat ze na een dag al niet meer terugkwam.
Inmiddels heeft de tweede aya zich aangekondigd. Ze is twintig en een frisse schoonheid. Helaas weet ze niet dat kinderen van 16 maanden niet op enkel melk kunnen leven. En als Anna een intrigerend spoor van plasdruppels achterlaat, ziet ze daarin geen aanwijzing dat de luier weleens verwisseld zou mogen worden. Ze denkt dat het haar taak is om Anna, zolang zij niet in bed ligt, op haar arm te houden.
Het is een leerproces. Ook voor ons. En wij moeten nog heel veel leren. Het werk moet nog maar even wachten.
Reageer
maandag, september 20, 2004
SCHOOLPERIKELEN
De kinderen zijn gisteren voor het eerst naar school geweest. Direct deden zich problemen voor. Onze applicatie was voorzien van een ferme kras. “Sorry mevrouw”, sprak een roodharige vechtlustige dame, “in deze school worden kinderen in principe geplaatst naar hun leeftijd, en niet anders.” Dat betekende, dat Victor en Elodie beiden een klas te hoog zaten. Wat natuurlijk al sinds hun eerste schooldag het geval was, en met niet onverdienstelijke resultaten. Op het laatste rapport hadden ze slechts enen en tweeën, Duitse wel te verstaan. Dass heisst gut bis sehr gut.
Ik stelde de juffrouw voor om de resultaten van de test af te wachten. Zij wilde hen slechts testen voor hun leeftijds-overeenkomstige klas. De juffrouw was niet te vermurwen. Ik ook niet. Ik stond op en begon richting deur te lopen. Maar met de prijzen die deze school hanteert bleek dat toch wel een heel grote opportunity loss voor de school.
Aldus werden zij getest. Victors resultaten waren direct van dien aard, dat hij de tweede, gewoonlijk verplichte testdag, mocht overslaan en direct naar groep zes kon. Elodie was eerst toch nog op groep 3 getest, omdat ze toch wel erg laat jarig was. De resultaten waren heel goed, maar Victors resultaten waren natuurlijk super. Dus moest ze nog eens getest. Ditmaal voor groep 4.
Tijdens de lunch belde de rode juf. De test had uitgewezen dat ze voor groep 4 op gemiddeld niveau zat. Nou, dacht ik in mijn argeloosheid, niet slecht voor een meisje dat alleen nog maar op de Duitse School gezeten heeft en slechts 2 uur in de week Engelse les had tijdens de laatste twee jaar. Maar de rode juf dacht er anders over. “Als ze naar groep 3 gaat, zal ze de beste van de klas zijn. Als ze naar groep 4 gaat, wordt ze "slechts" een gemiddelde leerling. Wij adviseren natuurlijk (?) groep 3. Maar aan U de keus.
Een kind dat moet blijven zitten omdat ze gemiddeld presteert, leek ons een onverdiende straf. Dus wij deelden mee dat we groep 4 prefereerden. “Ik zal het onmiddelijk doorgeven” sprak de rode juffrouw met een stem om ijs te snijden, en hing in elk geval onmiddelijk op.
Een overwinning is het niet. Want ik blijf achter met een kater. De school heeft mij, bedoeld of onbedoeld, het gevoel gegeven dat ik een drammerige ambitieuze moeder ben die koste wat het kost de kinderen in een hogere klas wil hebben. En ik probeerde nu juist de goede weg te kiezen.
Reageer
De kinderen zijn gisteren voor het eerst naar school geweest. Direct deden zich problemen voor. Onze applicatie was voorzien van een ferme kras. “Sorry mevrouw”, sprak een roodharige vechtlustige dame, “in deze school worden kinderen in principe geplaatst naar hun leeftijd, en niet anders.” Dat betekende, dat Victor en Elodie beiden een klas te hoog zaten. Wat natuurlijk al sinds hun eerste schooldag het geval was, en met niet onverdienstelijke resultaten. Op het laatste rapport hadden ze slechts enen en tweeën, Duitse wel te verstaan. Dass heisst gut bis sehr gut.
Ik stelde de juffrouw voor om de resultaten van de test af te wachten. Zij wilde hen slechts testen voor hun leeftijds-overeenkomstige klas. De juffrouw was niet te vermurwen. Ik ook niet. Ik stond op en begon richting deur te lopen. Maar met de prijzen die deze school hanteert bleek dat toch wel een heel grote opportunity loss voor de school.
Aldus werden zij getest. Victors resultaten waren direct van dien aard, dat hij de tweede, gewoonlijk verplichte testdag, mocht overslaan en direct naar groep zes kon. Elodie was eerst toch nog op groep 3 getest, omdat ze toch wel erg laat jarig was. De resultaten waren heel goed, maar Victors resultaten waren natuurlijk super. Dus moest ze nog eens getest. Ditmaal voor groep 4.
Tijdens de lunch belde de rode juf. De test had uitgewezen dat ze voor groep 4 op gemiddeld niveau zat. Nou, dacht ik in mijn argeloosheid, niet slecht voor een meisje dat alleen nog maar op de Duitse School gezeten heeft en slechts 2 uur in de week Engelse les had tijdens de laatste twee jaar. Maar de rode juf dacht er anders over. “Als ze naar groep 3 gaat, zal ze de beste van de klas zijn. Als ze naar groep 4 gaat, wordt ze "slechts" een gemiddelde leerling. Wij adviseren natuurlijk (?) groep 3. Maar aan U de keus.
Een kind dat moet blijven zitten omdat ze gemiddeld presteert, leek ons een onverdiende straf. Dus wij deelden mee dat we groep 4 prefereerden. “Ik zal het onmiddelijk doorgeven” sprak de rode juffrouw met een stem om ijs te snijden, en hing in elk geval onmiddelijk op.
Een overwinning is het niet. Want ik blijf achter met een kater. De school heeft mij, bedoeld of onbedoeld, het gevoel gegeven dat ik een drammerige ambitieuze moeder ben die koste wat het kost de kinderen in een hogere klas wil hebben. En ik probeerde nu juist de goede weg te kiezen.
Reageer
zondag, september 19, 2004
TERUG IN DE LUCHT
We zijn er weer, terug in de lucht. De lucht die sinds vandaag niet meer regenachtig is, er schijnt een lekker zonnetje. Onze tuin ziet er nu totaal anders uit. Echt een plaatje, binnenkort publiceer ik foto's. Het is een enorme tuin, het stuk waarop het huis staat is minimaal 2,500 vierkante meter groot, een zeldzaamheid hier in Dhaka.
Helaas weten we nog steeds niet of we hier kunnen blijven, en ook niet of we het willen. Het huis is groot en heeft een leuke tropische sfeer. Maar het is ook vochtig. Tijdens de regenbuien sijpelde het water de trap af, in totaal hebben we twee emmers vol opgedweild. De boeken vallen uit elkaar terwijl je er naar kijkt, de tapijten krullen om en de schilderijen bobbelen. Maar het kan best zijn dat dat normaal is, een gevolg van het klimaat.
Wij zijn dus nog in onderhandeling, met makelaars, huiseigenaren en ook over dit huis. Ondertussen kopen we ons een slag in de rondte, niks voor mij eigenlijk. Meubels, apparaten, dingen voor aan de muur. Want de huizen komen met vrijwel niets erin.
Onze meest recente aanschaf was dus toegang tot het internet. En hoe arm of onderontwikkeld het hier ook mag zijn, alle huizen in deze buurt hebben breedband aansluiting. We kunnen dus de hele dag netten, en loggen! En binnenkort mogelijk ook weer MSNen.
Dus, blijf inloggen, voor de continuing story over Bangladesh.
Reageer
We zijn er weer, terug in de lucht. De lucht die sinds vandaag niet meer regenachtig is, er schijnt een lekker zonnetje. Onze tuin ziet er nu totaal anders uit. Echt een plaatje, binnenkort publiceer ik foto's. Het is een enorme tuin, het stuk waarop het huis staat is minimaal 2,500 vierkante meter groot, een zeldzaamheid hier in Dhaka.
Helaas weten we nog steeds niet of we hier kunnen blijven, en ook niet of we het willen. Het huis is groot en heeft een leuke tropische sfeer. Maar het is ook vochtig. Tijdens de regenbuien sijpelde het water de trap af, in totaal hebben we twee emmers vol opgedweild. De boeken vallen uit elkaar terwijl je er naar kijkt, de tapijten krullen om en de schilderijen bobbelen. Maar het kan best zijn dat dat normaal is, een gevolg van het klimaat.
Wij zijn dus nog in onderhandeling, met makelaars, huiseigenaren en ook over dit huis. Ondertussen kopen we ons een slag in de rondte, niks voor mij eigenlijk. Meubels, apparaten, dingen voor aan de muur. Want de huizen komen met vrijwel niets erin.
Onze meest recente aanschaf was dus toegang tot het internet. En hoe arm of onderontwikkeld het hier ook mag zijn, alle huizen in deze buurt hebben breedband aansluiting. We kunnen dus de hele dag netten, en loggen! En binnenkort mogelijk ook weer MSNen.
Dus, blijf inloggen, voor de continuing story over Bangladesh.
Reageer
donderdag, september 16, 2004
VISSEN OP STRAAT
Heerlijke geuren bereiken ons via het open raam. De guards zijn een paar verse visjes aan het bereiden, net door henzelf gevangen. Twee op straat en eentje in onze achtertuin. Ze hebben met een provisorisch net de buurt afgestroopt
Het water komt namelijk niet alleen uit de hemel, maar ook uit het meer. Onze tijdelijke stek ligt in een hoek met aan de achterkant het meer en aan de zijkant een rivier. Dus als het flink regent, komt het water van drie kanten binnen, en de vis van twee.
De school is twee dagen dicht geweest.De regering heeft gisteren een nationale vrije dag afgekondigd, omdat vele kantoren en regeringsinstellingen niet meer bereikt konden worden. National Holiday, een creatieve oplossing voor iets wat eigenlijk noodtoestand had moeten heten.
Het water is gelukkig alweer op zijn retour. Het regent nog steeds veel maar niet meer zo hard. We hebben nog steeds geen internetaansluiting. De server ligt eruit door de nattigheid. Dus morgen geen log.
Maar we hebben een doordachte aankoop gedaan vandaag. Een frituurpan. Om tijdens noodtoestand de diepgevroren snacks op te eten, opgediept uit onze mega-vrieskist. En in echt slechte tijden frituren we gewoon een vers visje. Maar voorlopig wil ik geen vis uit eigen tuin, ik neem wel genoegen met de bananen die al hangen te rijpen.

Reageer
Heerlijke geuren bereiken ons via het open raam. De guards zijn een paar verse visjes aan het bereiden, net door henzelf gevangen. Twee op straat en eentje in onze achtertuin. Ze hebben met een provisorisch net de buurt afgestroopt
Het water komt namelijk niet alleen uit de hemel, maar ook uit het meer. Onze tijdelijke stek ligt in een hoek met aan de achterkant het meer en aan de zijkant een rivier. Dus als het flink regent, komt het water van drie kanten binnen, en de vis van twee.
De school is twee dagen dicht geweest.De regering heeft gisteren een nationale vrije dag afgekondigd, omdat vele kantoren en regeringsinstellingen niet meer bereikt konden worden. National Holiday, een creatieve oplossing voor iets wat eigenlijk noodtoestand had moeten heten.
Het water is gelukkig alweer op zijn retour. Het regent nog steeds veel maar niet meer zo hard. We hebben nog steeds geen internetaansluiting. De server ligt eruit door de nattigheid. Dus morgen geen log.
Maar we hebben een doordachte aankoop gedaan vandaag. Een frituurpan. Om tijdens noodtoestand de diepgevroren snacks op te eten, opgediept uit onze mega-vrieskist. En in echt slechte tijden frituren we gewoon een vers visje. Maar voorlopig wil ik geen vis uit eigen tuin, ik neem wel genoegen met de bananen die al hangen te rijpen.

Reageer
woensdag, september 15, 2004
WWW.HUISAANHETWATER.BA
De ergste overstromingen ooit vinden plaats in Bangladesh. En wij zijn nog een week hier. Het is wel even wennen, komend uit een land waar we al meer dan vier maanden geen druppel regen meer gezien hebben. Twee dagen en nachten heeft het gehoosd. Tijdens de tweede nacht steeg het water afschrikwekkend. Het kabbelt nu tegen onze voordeur. Nog twee centimeter meer en het staat binnen.

Maar we leven nog, mocht iemand zich zorgen hebben gemaakt. Onze ergste schade is op de eerste verdieping, waar het water gewoon rechtstreeks door de muur komt en de trap afdruppelt. Wij kunnen nog naar boven verhuizen als de (waters)nood aan de man komt. Anderen hebben het veel moeilijker. Het huis van onze chauffeur is ondergelopen, bij onze kok staat het water tot aan zijn navel. De een heeft twee kleine kinderen, de ander drie. Wij hebben ze al onderdak aangeboden maar ze blijven waarschijnlijk liever in de buurt van hun schamele bezittingen.
We kunnen de deur niet uit, de auto staat half onder water, Teb kan niet werken. We hebben geen internet of email, dus ik zit nu in een hotel te kakelen. Gelukkig hadden we de broodmachine mee en meel en rijst op voorraad, en bananen natuurlijk. En we hadden net een televisie gekocht. Dus we zitten met de voeten omhoog James Bond te kijken terwijl buiten het water klettert.
Ze zeggen dat het beter wordt. Morgen. Of overmorgen. En 30 september is het regenseizoen ten einde. Hopen maar!

Reageer
De ergste overstromingen ooit vinden plaats in Bangladesh. En wij zijn nog een week hier. Het is wel even wennen, komend uit een land waar we al meer dan vier maanden geen druppel regen meer gezien hebben. Twee dagen en nachten heeft het gehoosd. Tijdens de tweede nacht steeg het water afschrikwekkend. Het kabbelt nu tegen onze voordeur. Nog twee centimeter meer en het staat binnen.

Maar we leven nog, mocht iemand zich zorgen hebben gemaakt. Onze ergste schade is op de eerste verdieping, waar het water gewoon rechtstreeks door de muur komt en de trap afdruppelt. Wij kunnen nog naar boven verhuizen als de (waters)nood aan de man komt. Anderen hebben het veel moeilijker. Het huis van onze chauffeur is ondergelopen, bij onze kok staat het water tot aan zijn navel. De een heeft twee kleine kinderen, de ander drie. Wij hebben ze al onderdak aangeboden maar ze blijven waarschijnlijk liever in de buurt van hun schamele bezittingen.
We kunnen de deur niet uit, de auto staat half onder water, Teb kan niet werken. We hebben geen internet of email, dus ik zit nu in een hotel te kakelen. Gelukkig hadden we de broodmachine mee en meel en rijst op voorraad, en bananen natuurlijk. En we hadden net een televisie gekocht. Dus we zitten met de voeten omhoog James Bond te kijken terwijl buiten het water klettert.
Ze zeggen dat het beter wordt. Morgen. Of overmorgen. En 30 september is het regenseizoen ten einde. Hopen maar!

Reageer
zaterdag, september 11, 2004
DHAKA IN
De eerste rit vanaf een vliegveld blijft mij altijd bij. In Dhaka zien we, direct uit het vliegveld, zes vrouwen, gekleed in prachtig gekleurde met gouddraad doorweven sari’s, aan het werk in een perkje in het midden van een rotonde. Ze hebben een prachtige houding, omdat ze hun spullen dragen in grote manden die op hun hoofd balanceren.
In het vliegveld zitten de douane beambten gewoon open, achter een houten balie, en niet, zoals in Tashkent, in een gesloten hok achter glas waar je op je tenen moet staan om te zien of er iemand zit en je paspoort door een gleufje moet steken. En ze lachen tegen je en stellen vragen.
In Tashkent mochten de ophalers het vliegveld nooit in. Die stonden allemaal op de stoep bij een kleine deur te dringen. Hun gezichten zagen er uit alsof ze op weg zijn naar een begrafenis, in plaats van een langverwachte vriend op te halen. Hier staan de mensen gewoon in de hal. Ze lachen en zwaaien enthousiast wanneer ze en bekende zien. Zelfs de chauffeur van het hotel maakt de indruk blij te zijn dat we zijn gearriveerd. Gelukkig heeft hij een busje, maar voor al onze bagage moet hij toch een keer extra op en neer.
Dhaka, here we come!
Reageer
De eerste rit vanaf een vliegveld blijft mij altijd bij. In Dhaka zien we, direct uit het vliegveld, zes vrouwen, gekleed in prachtig gekleurde met gouddraad doorweven sari’s, aan het werk in een perkje in het midden van een rotonde. Ze hebben een prachtige houding, omdat ze hun spullen dragen in grote manden die op hun hoofd balanceren.
In het vliegveld zitten de douane beambten gewoon open, achter een houten balie, en niet, zoals in Tashkent, in een gesloten hok achter glas waar je op je tenen moet staan om te zien of er iemand zit en je paspoort door een gleufje moet steken. En ze lachen tegen je en stellen vragen.
In Tashkent mochten de ophalers het vliegveld nooit in. Die stonden allemaal op de stoep bij een kleine deur te dringen. Hun gezichten zagen er uit alsof ze op weg zijn naar een begrafenis, in plaats van een langverwachte vriend op te halen. Hier staan de mensen gewoon in de hal. Ze lachen en zwaaien enthousiast wanneer ze en bekende zien. Zelfs de chauffeur van het hotel maakt de indruk blij te zijn dat we zijn gearriveerd. Gelukkig heeft hij een busje, maar voor al onze bagage moet hij toch een keer extra op en neer.
Dhaka, here we come!
Reageer
vrijdag, september 10, 2004
TASHKENT OUT
Vergezeld van twee auto’s, twee chauffeurs, vier kinderen en 14 stuks bagage met veel te veel kilo’s gingen we op weg naar het vliegveld. Een baby heeft geen bagage allowance dus we mochten maar 100 kilo meenemen – veel te weinig als je voorgoed weggaat.
De incheck balie beambte zag direct dat dit zijn gelukkige dag was, daar stond een fors bedrag extra inkomsten op hem te wachten. Maar wij hadden ook besloten onze laatste uren uit te buiten. De eerste weging leverde 148 kilo op; overgewicht kostte 4 dollar per kilo, mijmerde hij somber. Wisten we wel hoeveel dat zou gaan kosten? Hij toetste de rekensom met een ernstig gezicht in op zijn rekenmachine. Dat verhaal konden wij al snel ontzenuwen. Herweging liet slechts 134 kilo zien; en wij wisten uit ervaring dat de prijs maar 3 dollar was.
Hij was teleurgesteld want hij zag zijn verdiensten slinken. Vervolgens checkte hij, zonder enige financiële of documentaire actie, alle bagage in en sommeerde ons te wachten. Want er moest nog iets geregeld. Zo kon het niet. Omdat wij ook nogal wat handbagage hadden, ging Teb vast met de kudde vooruit.
Toen de enige andere twee passagiers geholpen waren (wie wil er nu van Tashkent naar Dhaka?), kwam hij naar me toe.
“Hoe gaan we dat oplossen?”
“Hoezo oplossen? Ik zie dat het $102 kost, en ik wil graag een bonnetje, want ik krijg het vergoed.”
“U kunt het ook aan mij betalen, dat is veel goedkoper.”
“O ja? Nou ik heb nog 30,000 soum (30$) over toevallig, die kun je krijgen, en anders gaan we het gewoon officieel regelen.”
Hij geloofde mij niet. “Ik moet 70$ hebben want ik moet de bagagejongens er ook van betalen.”
“Sorry vriend, take it or leave it.”
Hij dacht nog steeds dat ik blufte. Hij gaf geen centimeter toe. I wilde mijn ticket hebben om de betaling in het kantoortje te gaan doen. Hij wilde het niet afgeven.Toen ik zonder ticket toch daarheen op weg ging, begon hij zich wat ongemakkelijk te voelen.
De mevrouw bij het kantoortje liet mij weten dat ik 105.000 soum moest betalen. Credit cards en dollars niet toegestaan. In de hoek van het kantoortje stond een tas met een hoeveelheid dollars, die ruim voldoende leek om een week door te brengen in de Royal Suite van het Plaza Hotel te New York.
“Goh, kunt U echt geen dollars wisselen?”
Norse blik. “Nee, er moet in soums worden betaald.”
Het wisselkantoor is een heel eind lopen. Ik leun eens even uitgebreid ontspannen tegen de balie. Ik spreek ietsje luider dan nodig is om de oren van de dames van het wisselkantoor te bereiken. “Wist U nou, dat uw collega’s zo corrupt zijn? Die meneer daar achter die balie vroeg mij net nog om een omkoopsom van 70$. En maandag wilden ze hier 100$ hebben.”
Er is buiten blijkbaar iets loos. Tenminste, tegelijk wenden ze hun hoofden naar die kant.
“U hoeft niet zenuwachtig te worden, hoor, mevrouw. We regelen het even voor U.”
Ze nemen mijn dollars aan en tegen een keurige koers.
“Heel erg vriendelijk dat U me wilt helpen. Ik ben blij dat ik niet zo ver hoef te lopen.”
Terug bij de incheck balie meneer doet mijn succesverhaal nog eens dienst. Hij ziet onze handbagage en zegt dat deze veel te zwaar is.Die kan niet mee. Helaas zitten daar allemaal zeer breekbare dingen in, dus inchecken wil ik het niet.
“Kan hij niet mee? Dat is gek. Daarnet kon ik alles nog regelen voor $70. Wist jij nou dat al die mensen van Uzbek Airways zo corrupt zijn? Ik heb sinds maandag al een hele lijst aangelegd met namen van mensen en de bedragen die zij wilde hebben.” Zijn naam, Nodir, heb ik enkele minuten geleden aan een collega ontfutseld, hij wilde hem zelf niet geven.
Als door een speld gestoken springt hij op uit zijn stoel en begeleid mij tot aan de vliegtuigtrap. Het verhaal heeft al de ronde gedaan dor het vliegveld. Blijkbaar is hij niet zo’n populaire man. Hij zit natuurlijk aan de ontvangende kant van de geldstroom en zal ongetwijfeld zijn collega’s in de paspoort hokjes afschepen met een jodenfooi. De immer knorrige paspoort controleurs zijn vandaag allemaal in voor een uitgebreid kletsje. De arme Nodir staat naast me op en neer te springen.
“We moeten gaan, het vliegtuig wacht niet op U.”
“O jawel hoor, het moet juist op mij wachten, want jij hebt er voor gezorgd dat mijn bagage er al in zit.” Gegniffel bij de paspoort controleur.
“Ja, ik ben een slechte buitenlander.”
Vette knipoog. “Nou, zo heel slecht ook weer niet! Goede reis hoor.”
Zelfs bij het vliegveld busje heeft Nodir het nog benauwd. Hij roept vanaf buiten, dat het vliegveld baasje dat naast hem staat, wil dat ik uit de bus kom en met hem spreek, en de handbagage afgeef. Ik neem Anna opschoot, kijk hem stralend aan en verroer mij niet. In het Russisch roep ik hem toe vanaf mijn zetel: “Nee hoor Nodir, zeg jij maar tegen die meneer dat jij ervoor gezorgd hebt dat wij geen problemen zullen krijgen met onze bagage.”
Twee hoofden bij elkaar. Nodir spreekt gejaagd. Ik ben bang dat hij aan de betalende kant zit, vandaag.
Wij reizen met een oude Iljoesjin. De bagagecompartimenten zijn zo klein, dat er niet eens een laptop inpast. Maar dat geeft niet, het toestel is half leeg en de tassen reizen mee als passagiers op de stoelen. Tot ziens Tashkent! Bedankt voor alle spannende belevenissen.
Reageer
Vergezeld van twee auto’s, twee chauffeurs, vier kinderen en 14 stuks bagage met veel te veel kilo’s gingen we op weg naar het vliegveld. Een baby heeft geen bagage allowance dus we mochten maar 100 kilo meenemen – veel te weinig als je voorgoed weggaat.
De incheck balie beambte zag direct dat dit zijn gelukkige dag was, daar stond een fors bedrag extra inkomsten op hem te wachten. Maar wij hadden ook besloten onze laatste uren uit te buiten. De eerste weging leverde 148 kilo op; overgewicht kostte 4 dollar per kilo, mijmerde hij somber. Wisten we wel hoeveel dat zou gaan kosten? Hij toetste de rekensom met een ernstig gezicht in op zijn rekenmachine. Dat verhaal konden wij al snel ontzenuwen. Herweging liet slechts 134 kilo zien; en wij wisten uit ervaring dat de prijs maar 3 dollar was.
Hij was teleurgesteld want hij zag zijn verdiensten slinken. Vervolgens checkte hij, zonder enige financiële of documentaire actie, alle bagage in en sommeerde ons te wachten. Want er moest nog iets geregeld. Zo kon het niet. Omdat wij ook nogal wat handbagage hadden, ging Teb vast met de kudde vooruit.
Toen de enige andere twee passagiers geholpen waren (wie wil er nu van Tashkent naar Dhaka?), kwam hij naar me toe.
“Hoe gaan we dat oplossen?”
“Hoezo oplossen? Ik zie dat het $102 kost, en ik wil graag een bonnetje, want ik krijg het vergoed.”
“U kunt het ook aan mij betalen, dat is veel goedkoper.”
“O ja? Nou ik heb nog 30,000 soum (30$) over toevallig, die kun je krijgen, en anders gaan we het gewoon officieel regelen.”
Hij geloofde mij niet. “Ik moet 70$ hebben want ik moet de bagagejongens er ook van betalen.”
“Sorry vriend, take it or leave it.”
Hij dacht nog steeds dat ik blufte. Hij gaf geen centimeter toe. I wilde mijn ticket hebben om de betaling in het kantoortje te gaan doen. Hij wilde het niet afgeven.Toen ik zonder ticket toch daarheen op weg ging, begon hij zich wat ongemakkelijk te voelen.
De mevrouw bij het kantoortje liet mij weten dat ik 105.000 soum moest betalen. Credit cards en dollars niet toegestaan. In de hoek van het kantoortje stond een tas met een hoeveelheid dollars, die ruim voldoende leek om een week door te brengen in de Royal Suite van het Plaza Hotel te New York.
“Goh, kunt U echt geen dollars wisselen?”
Norse blik. “Nee, er moet in soums worden betaald.”
Het wisselkantoor is een heel eind lopen. Ik leun eens even uitgebreid ontspannen tegen de balie. Ik spreek ietsje luider dan nodig is om de oren van de dames van het wisselkantoor te bereiken. “Wist U nou, dat uw collega’s zo corrupt zijn? Die meneer daar achter die balie vroeg mij net nog om een omkoopsom van 70$. En maandag wilden ze hier 100$ hebben.”
Er is buiten blijkbaar iets loos. Tenminste, tegelijk wenden ze hun hoofden naar die kant.
“U hoeft niet zenuwachtig te worden, hoor, mevrouw. We regelen het even voor U.”
Ze nemen mijn dollars aan en tegen een keurige koers.
“Heel erg vriendelijk dat U me wilt helpen. Ik ben blij dat ik niet zo ver hoef te lopen.”
Terug bij de incheck balie meneer doet mijn succesverhaal nog eens dienst. Hij ziet onze handbagage en zegt dat deze veel te zwaar is.Die kan niet mee. Helaas zitten daar allemaal zeer breekbare dingen in, dus inchecken wil ik het niet.
“Kan hij niet mee? Dat is gek. Daarnet kon ik alles nog regelen voor $70. Wist jij nou dat al die mensen van Uzbek Airways zo corrupt zijn? Ik heb sinds maandag al een hele lijst aangelegd met namen van mensen en de bedragen die zij wilde hebben.” Zijn naam, Nodir, heb ik enkele minuten geleden aan een collega ontfutseld, hij wilde hem zelf niet geven.
Als door een speld gestoken springt hij op uit zijn stoel en begeleid mij tot aan de vliegtuigtrap. Het verhaal heeft al de ronde gedaan dor het vliegveld. Blijkbaar is hij niet zo’n populaire man. Hij zit natuurlijk aan de ontvangende kant van de geldstroom en zal ongetwijfeld zijn collega’s in de paspoort hokjes afschepen met een jodenfooi. De immer knorrige paspoort controleurs zijn vandaag allemaal in voor een uitgebreid kletsje. De arme Nodir staat naast me op en neer te springen.
“We moeten gaan, het vliegtuig wacht niet op U.”
“O jawel hoor, het moet juist op mij wachten, want jij hebt er voor gezorgd dat mijn bagage er al in zit.” Gegniffel bij de paspoort controleur.
“Ja, ik ben een slechte buitenlander.”
Vette knipoog. “Nou, zo heel slecht ook weer niet! Goede reis hoor.”
Zelfs bij het vliegveld busje heeft Nodir het nog benauwd. Hij roept vanaf buiten, dat het vliegveld baasje dat naast hem staat, wil dat ik uit de bus kom en met hem spreek, en de handbagage afgeef. Ik neem Anna opschoot, kijk hem stralend aan en verroer mij niet. In het Russisch roep ik hem toe vanaf mijn zetel: “Nee hoor Nodir, zeg jij maar tegen die meneer dat jij ervoor gezorgd hebt dat wij geen problemen zullen krijgen met onze bagage.”
Twee hoofden bij elkaar. Nodir spreekt gejaagd. Ik ben bang dat hij aan de betalende kant zit, vandaag.
Wij reizen met een oude Iljoesjin. De bagagecompartimenten zijn zo klein, dat er niet eens een laptop inpast. Maar dat geeft niet, het toestel is half leeg en de tassen reizen mee als passagiers op de stoelen. Tot ziens Tashkent! Bedankt voor alle spannende belevenissen.
Reageer
donderdag, september 09, 2004
woensdag, september 08, 2004
NOSTALGIE
In de serre hangt sinds twee dagen een gouden hoofd van Buddha, dat met lege ogen naar de even zo lege ruimte staart. In de huiskamer het schilderij “Letnie dosjd”, zomerregen, niet helemaal mijn keuze. Vreemde kleren in de kast, in het huisje van de jongens stapels onbekende dozen. Driemaal zo veel als wij verhuisd hebben, voor een gezin van twee personen. Een grote collectie tomatenketchup en pannenkoekenmix.
Het huis kreunt onder de zware last van wisselende bewoners. Oude spijkergaten in de muur, nieuwe onderweg. Meubels verplaatst van de ene ruimte naar de andere.
Verder overal leegte. Lege muren, lege kamers. Zelfs de playstation is ingepakt! De hond blaft niet meer, hij is al verhuisd. Alleen de schildpad is gebleven en verplaatst zich stilletjes door de tuin. Plotselang krijg ik een weemoedig gevoel. Het was hier toch goed. We hadden een heerlijk huis. Het weer was fantastisch. Het eten smakelijk. De mensen aardig (afgezien van een enkele politie agent of douane beambte). Het leven was relaxed. Opeens overwegen alle goede dingen.
Het is natuurlijk altijd zo. Lange tijd kijk je er naar uit om weg te gaan, en als het dan zover is, vraag je je af waarom je eigenlijk gaat.
Ze zeggen niet voor niets: “Partir, c’est mourir un peu!” Oezbekistan, vaarwel!
Reageer
In de serre hangt sinds twee dagen een gouden hoofd van Buddha, dat met lege ogen naar de even zo lege ruimte staart. In de huiskamer het schilderij “Letnie dosjd”, zomerregen, niet helemaal mijn keuze. Vreemde kleren in de kast, in het huisje van de jongens stapels onbekende dozen. Driemaal zo veel als wij verhuisd hebben, voor een gezin van twee personen. Een grote collectie tomatenketchup en pannenkoekenmix.
Het huis kreunt onder de zware last van wisselende bewoners. Oude spijkergaten in de muur, nieuwe onderweg. Meubels verplaatst van de ene ruimte naar de andere.
Verder overal leegte. Lege muren, lege kamers. Zelfs de playstation is ingepakt! De hond blaft niet meer, hij is al verhuisd. Alleen de schildpad is gebleven en verplaatst zich stilletjes door de tuin. Plotselang krijg ik een weemoedig gevoel. Het was hier toch goed. We hadden een heerlijk huis. Het weer was fantastisch. Het eten smakelijk. De mensen aardig (afgezien van een enkele politie agent of douane beambte). Het leven was relaxed. Opeens overwegen alle goede dingen.
Het is natuurlijk altijd zo. Lange tijd kijk je er naar uit om weg te gaan, en als het dan zover is, vraag je je af waarom je eigenlijk gaat.
Ze zeggen niet voor niets: “Partir, c’est mourir un peu!” Oezbekistan, vaarwel!
Reageer
dinsdag, september 07, 2004
DE LAATSTE DAG
De laatste dag moest memorabel zijn. Je verhuist ten slotte niet elke dag van Oezbekistan naar Bangladesh. Er zijn mensen die het nooit in hun leven zullen doen. We gaan er dus iets leuks van maken.
In de vroege ochtend gaan we naar de Duitse School, om de kinderen definitief gedag te zeggen. Veel van de kinderen die wij kennen waren naar een andere school gegaan, dus het was geen al te droevig afscheid.
Daarna naar Aquapark. Vele weken hadden de kinderen erom gezeurd, maar er was altijd zoveel te doen. Nu stond alles gepakt en gezakt, en kon het! En alle andere kinderen zaten natuurlijk op school. Dus wij maakten met zijn vieren 25% van de dagomzet goed. Ik had er niet veel zin in, maar het was zo rustig, dat zelfs ik ervan genoot rustig op een zonnenstoel een boekje te lezen. De stemmetjes van mijn kinderen waren de enige die door de lucht klaterden. Verder alleen wat verliefde jongelingen die elkaar in de ogen keken en de glijbanen lieten voor wat ze waren.
Inmiddels is Teb thuis, vanavond nog even een klein feestje, slapen, en.....wegwezen!
Reageer
De laatste dag moest memorabel zijn. Je verhuist ten slotte niet elke dag van Oezbekistan naar Bangladesh. Er zijn mensen die het nooit in hun leven zullen doen. We gaan er dus iets leuks van maken.
In de vroege ochtend gaan we naar de Duitse School, om de kinderen definitief gedag te zeggen. Veel van de kinderen die wij kennen waren naar een andere school gegaan, dus het was geen al te droevig afscheid.
Daarna naar Aquapark. Vele weken hadden de kinderen erom gezeurd, maar er was altijd zoveel te doen. Nu stond alles gepakt en gezakt, en kon het! En alle andere kinderen zaten natuurlijk op school. Dus wij maakten met zijn vieren 25% van de dagomzet goed. Ik had er niet veel zin in, maar het was zo rustig, dat zelfs ik ervan genoot rustig op een zonnenstoel een boekje te lezen. De stemmetjes van mijn kinderen waren de enige die door de lucht klaterden. Verder alleen wat verliefde jongelingen die elkaar in de ogen keken en de glijbanen lieten voor wat ze waren.
Inmiddels is Teb thuis, vanavond nog even een klein feestje, slapen, en.....wegwezen!
Reageer
maandag, september 06, 2004
WISSELTRUC
Na mijn dagen durende pogingen om dollars in soums te wisselen, had ik gedacht dat de transactie in omgekeerde richting wel heel gemakkelijk zou moeten verlopen. Zelfs na vier jaar vergeet ik steeds weer dat dit Oezbekistan is. Ik was toch bij ABN AMRO bank om mijn rekening op te heffen, ik had iets teveel soums over, dus ik dacht, laat ik nu eens even officieel doen en het hier terug wisselen. Het is al niet zo’n waardevolle currency, maar in Bangladesh kun je er al helemaal niets mee kopen.
Helaas mevrouw, sprak de baliemedewerkster, U moet een wisselbriefje laten zien. Tja, dat had ik natuurlijk niet meer. Hoewel ik het geld sinds enige tijd meestal bij een officieel adres wissel, gooi ik de briefjes, die verder waardeloos zijn, altijd meteen weg. Dus ik legde de situatie even uit, dat ik voorgoed wegging en zo. Helaas mevrouw, U bent een buitenlandse, zonder dat briefje geen dollars!
Uiteindelijk heeft een vriendelijk baliemeisje voor mij op haar eigen paspoort de soums gewisseld.
De vrij convertibele soum is nog steeds niet zo convertibel als de president ons wil laten geloven.
Reageer
Na mijn dagen durende pogingen om dollars in soums te wisselen, had ik gedacht dat de transactie in omgekeerde richting wel heel gemakkelijk zou moeten verlopen. Zelfs na vier jaar vergeet ik steeds weer dat dit Oezbekistan is. Ik was toch bij ABN AMRO bank om mijn rekening op te heffen, ik had iets teveel soums over, dus ik dacht, laat ik nu eens even officieel doen en het hier terug wisselen. Het is al niet zo’n waardevolle currency, maar in Bangladesh kun je er al helemaal niets mee kopen.
Helaas mevrouw, sprak de baliemedewerkster, U moet een wisselbriefje laten zien. Tja, dat had ik natuurlijk niet meer. Hoewel ik het geld sinds enige tijd meestal bij een officieel adres wissel, gooi ik de briefjes, die verder waardeloos zijn, altijd meteen weg. Dus ik legde de situatie even uit, dat ik voorgoed wegging en zo. Helaas mevrouw, U bent een buitenlandse, zonder dat briefje geen dollars!
Uiteindelijk heeft een vriendelijk baliemeisje voor mij op haar eigen paspoort de soums gewisseld.
De vrij convertibele soum is nog steeds niet zo convertibel als de president ons wil laten geloven.
Reageer
zondag, september 05, 2004
WANDELENDE DOZEN
Onze meest geliefde bezittingen hebben zich verzameld in 20 dozen. Dozen zijn hier niet het gemakkelijke gratis verpakkingsmateriaal, zoals wij dat in Nederland kennen. Daar ga je even naar de buurtsuper, hier is dat helaas niet zo gemakkelijk. Als je geluk hebt, verkoopt een witgoed handelaar zijn dozen aan jou. De dozen, waarmee onze goederen Oezbekistan binnen waren gekomen, hadden helaas geleden onder waterschade en waren gedeeltelijk tot pulp gereduceerd.
Gelukkig kwamen mensen in onze straat juist terug uit Amerika, met in hun kielzog minstens zoveel extra dozen als wij nodig hadden. Dus we waren gered. De eerste weken stapelden de dozen zich op in de woonkamer. Daarna werden ze nog eens extra met plakband versierd en verhuisden naar het tuinhuisje. Vanochtend heb ik alle dozen voorzien van een etiket en naast de voordeur gezet. Morgen komt de buurman met zijn Damas busje om ze naar het vliegveld te brengen. 300 kilogram zooi. Als je alles bij elkaar ziet, vraag je je af waarom je het eigenlijk meeneemt. Het Waterlooplein lijkt er wel de PC Hooftstraat bij. Maar aan sommige dingen zijn wij gehecht.
De spullen bewegen zich langzaam richting Bangladesh. Nu wij nog.
Reageer
Onze meest geliefde bezittingen hebben zich verzameld in 20 dozen. Dozen zijn hier niet het gemakkelijke gratis verpakkingsmateriaal, zoals wij dat in Nederland kennen. Daar ga je even naar de buurtsuper, hier is dat helaas niet zo gemakkelijk. Als je geluk hebt, verkoopt een witgoed handelaar zijn dozen aan jou. De dozen, waarmee onze goederen Oezbekistan binnen waren gekomen, hadden helaas geleden onder waterschade en waren gedeeltelijk tot pulp gereduceerd.
Gelukkig kwamen mensen in onze straat juist terug uit Amerika, met in hun kielzog minstens zoveel extra dozen als wij nodig hadden. Dus we waren gered. De eerste weken stapelden de dozen zich op in de woonkamer. Daarna werden ze nog eens extra met plakband versierd en verhuisden naar het tuinhuisje. Vanochtend heb ik alle dozen voorzien van een etiket en naast de voordeur gezet. Morgen komt de buurman met zijn Damas busje om ze naar het vliegveld te brengen. 300 kilogram zooi. Als je alles bij elkaar ziet, vraag je je af waarom je het eigenlijk meeneemt. Het Waterlooplein lijkt er wel de PC Hooftstraat bij. Maar aan sommige dingen zijn wij gehecht.
De spullen bewegen zich langzaam richting Bangladesh. Nu wij nog.
Reageer
zaterdag, september 04, 2004
TOET-TOET
Ik heb altijd gedacht dat het woord “toet” slechts is ontstaan omdat het apparaat dat zulk geluid voortbrengt een toeter genoemd wordt. Ik heb in mijn 45 jarig bestaan al vele auto’s horen toeteren maar nimmer klonk het als “toet-toet”. En dan bedoel ik alleen nog maar de standaard toeters, niet diegene die een jaar of twintig geleden in de mode waren, en die een heel concert ten gehore brachten.
Vandaag zat ik met Anna in de taxi. Naast ons stond een auto luidkeels te toeteren. Anna keek naar het raam en zei stralend: “Toet-toet”. Ik moet toch eens naar mijn oren laten kijken.
Reageer
Ik heb altijd gedacht dat het woord “toet” slechts is ontstaan omdat het apparaat dat zulk geluid voortbrengt een toeter genoemd wordt. Ik heb in mijn 45 jarig bestaan al vele auto’s horen toeteren maar nimmer klonk het als “toet-toet”. En dan bedoel ik alleen nog maar de standaard toeters, niet diegene die een jaar of twintig geleden in de mode waren, en die een heel concert ten gehore brachten.
Vandaag zat ik met Anna in de taxi. Naast ons stond een auto luidkeels te toeteren. Anna keek naar het raam en zei stralend: “Toet-toet”. Ik moet toch eens naar mijn oren laten kijken.

Reageer
vrijdag, september 03, 2004
WISSELEN
De soums zijn op, in Oezbekistan. Gisteren, nadat ik uiteindelijk de tickets had weten te bemachtigen, ben ik op pad gegaan om dollars te wisselen. De bagage moet immers ook opgestuurd. Enkele reis, net als wij. Desgevraagd liet Uzbekistan Airways weten, dat er niet in dollars betaald kon worden. De vraag, waar we dan wel zo’n bedrag konden wisselen, boeide hun niet, Dat was, zo lieten zij ons weten, ons probleem. Maar wij konden bij de buitendeur naar links gaan, en daar, in hun eigen gebouw, zat hun wisselkantoor.
Ik was hoopvol, want ik had immers net 1,3 miljoen soums achtergelaten? Maar die hadden het wisselkantoor nog niet bereikt. De soums waren daar op, net als op andere plaatsen. Toen ik later die middag terugkwam, stond er een rij van circa dertig mensen. Elke transactie vereist het tellen van alle biljetjes, het invullen en tekenen van een formulier in duplo, het bijhouden van een journaalboek. Dus dat kost tussen de 5 en 10 minuten per klant. Toen een van de wachtenden vroeg of er nog wel voldoende soums waren, luidde het weinig hoopgevende antwoord: “Waarschijnlijk niet”. Nutteloos om achteraan te sluiten.
Bij de drie banken die ik daarna bezocht kon ik de tegenwaarde van $200 bij elkaar sprokkelen. Bij een vierde bank stond ik veertig minuten in de rij. In die tijd werden er drie klanten geholpen. De juffrouw achter de balie werkte met de snelheid van een slak met burnout. Zij telde alle stapels geld drie keer. Er waren nog maar drie mensen voor mij. Maar het loket ging dicht. De juffrouw was onverbiddelijk. Op de smeekbede van een mevrouw, die erg hard geld nodig had, sprak zij koeltjes “dat zij niet werd betaald om tijdens lunchtijd te werken.”
Bij de officiele wisselkantoren op de bazar stonden ellenlange rijen, terwijl de loketjes gesloten waren. Op alle andere plekken (wisselkantoors in hotels, andere banken) was de boodschap eensluidend: “De soums zijn op.” Zelfs de zwarte handelaren zaten niet op hun plek.
Om vjf uur kwam ik thuis, met nog steeds niet meer dan $200 in soums. Een enthousiaste taxi chauffeur vertelde, dat het een gevolg was van prazdnik: de bevolking van Tashkent had alles opgezopen. Of dat de oorzaak is, of het krap-geld-beleid van de overheid, ik weet het niet. Maar ik moet wel even een oplossing zoeken, voor maandag.
Reageer
De soums zijn op, in Oezbekistan. Gisteren, nadat ik uiteindelijk de tickets had weten te bemachtigen, ben ik op pad gegaan om dollars te wisselen. De bagage moet immers ook opgestuurd. Enkele reis, net als wij. Desgevraagd liet Uzbekistan Airways weten, dat er niet in dollars betaald kon worden. De vraag, waar we dan wel zo’n bedrag konden wisselen, boeide hun niet, Dat was, zo lieten zij ons weten, ons probleem. Maar wij konden bij de buitendeur naar links gaan, en daar, in hun eigen gebouw, zat hun wisselkantoor.
Ik was hoopvol, want ik had immers net 1,3 miljoen soums achtergelaten? Maar die hadden het wisselkantoor nog niet bereikt. De soums waren daar op, net als op andere plaatsen. Toen ik later die middag terugkwam, stond er een rij van circa dertig mensen. Elke transactie vereist het tellen van alle biljetjes, het invullen en tekenen van een formulier in duplo, het bijhouden van een journaalboek. Dus dat kost tussen de 5 en 10 minuten per klant. Toen een van de wachtenden vroeg of er nog wel voldoende soums waren, luidde het weinig hoopgevende antwoord: “Waarschijnlijk niet”. Nutteloos om achteraan te sluiten.
Bij de drie banken die ik daarna bezocht kon ik de tegenwaarde van $200 bij elkaar sprokkelen. Bij een vierde bank stond ik veertig minuten in de rij. In die tijd werden er drie klanten geholpen. De juffrouw achter de balie werkte met de snelheid van een slak met burnout. Zij telde alle stapels geld drie keer. Er waren nog maar drie mensen voor mij. Maar het loket ging dicht. De juffrouw was onverbiddelijk. Op de smeekbede van een mevrouw, die erg hard geld nodig had, sprak zij koeltjes “dat zij niet werd betaald om tijdens lunchtijd te werken.”
Bij de officiele wisselkantoren op de bazar stonden ellenlange rijen, terwijl de loketjes gesloten waren. Op alle andere plekken (wisselkantoors in hotels, andere banken) was de boodschap eensluidend: “De soums zijn op.” Zelfs de zwarte handelaren zaten niet op hun plek.
Om vjf uur kwam ik thuis, met nog steeds niet meer dan $200 in soums. Een enthousiaste taxi chauffeur vertelde, dat het een gevolg was van prazdnik: de bevolking van Tashkent had alles opgezopen. Of dat de oorzaak is, of het krap-geld-beleid van de overheid, ik weet het niet. Maar ik moet wel even een oplossing zoeken, voor maandag.
Reageer
donderdag, september 02, 2004
ENKELE REIS DHAKA
Hedenochtend tien uur, op het kantoor van Uzbek Airways.
“Sorry mevrouw, we kunnen geen enkele reis verkopen naar Dhaka, slechts een retour.”
“Maar ik wil geen retour, ik kom hier helemaal nooit meer terug.” (Voorzienende geest).
“In principe kan het niet.”
“Principes zijn er om gewijzigd te worden”.
“Het kan misschien, als U een Letter of Invitation overlegt.”
Nu hadden we dit document niet eens bij het aanvragen van een visum, en kregen we toch direct een visum voor drie jaar. Maar nee, voor Uzbek Airways is dat niet voldoende. Ook het vertoon van deze langdurige visa levert niets op. De mevrouw die ons helpt ken ik, zij is de moeder van een klasgenootje van Vincent. Maar deze kennis, noch vriendelijk vragen, smeken en soebatten levert enige vooruitgang op.
Ik heb echter echt geen zin om vijf retouren aan te schaffen. Nog maar eens proberen.
“Mevrouw, ik ben geen Oezbeek, ik kan nauwelijks geloven dat U wilt dat ik hier terugkom. Bovendien heb ik een diplomatenpas. En onze visa lopen af.”
Schouderophalen is het resultaat. Regels zijn regels.
Goed, dan schakelen we over naar de overtuigende modus.
“Wel @#$!! Nu schrijf je heel snel vijf enkeltjes naar Dhaka uit. Ik weet precies wie je bent want je zoon zit bij mijn zoon in de klas. Als ik geen ticket krijg, blijven we alle vijf hier. Over twee weken loopt ons visum af”. Ik toon mijn visum voor Oezbekistan. “Als er dan problemen komen, en die komen er, zal ik het Ministerie van Buitenlandse Zaken precies uitleggen hoe het is gekomen dat we hier niet wegkonden!!!”
De juffrouw verlaat de zaal, een beetje witjes om haar neus. Ze komt terug met de tickets en een formulier. Een garantie. Dat ik, indien ze ons terugsturen uit Dhaka naar Tashkent (wat de here moge verhoeden) de kosten zelf zal betalen. Als ik dat onderteken, zal ik trotse bezitter worden van vijf enkele reizen.
Op dat moment zou ik mijn eigen doodvonnis ondertekend hebben. Ik heb de tickets dus. We gaan woensdag!

Reageer
Hedenochtend tien uur, op het kantoor van Uzbek Airways.
“Sorry mevrouw, we kunnen geen enkele reis verkopen naar Dhaka, slechts een retour.”
“Maar ik wil geen retour, ik kom hier helemaal nooit meer terug.” (Voorzienende geest).
“In principe kan het niet.”
“Principes zijn er om gewijzigd te worden”.
“Het kan misschien, als U een Letter of Invitation overlegt.”
Nu hadden we dit document niet eens bij het aanvragen van een visum, en kregen we toch direct een visum voor drie jaar. Maar nee, voor Uzbek Airways is dat niet voldoende. Ook het vertoon van deze langdurige visa levert niets op. De mevrouw die ons helpt ken ik, zij is de moeder van een klasgenootje van Vincent. Maar deze kennis, noch vriendelijk vragen, smeken en soebatten levert enige vooruitgang op.
Ik heb echter echt geen zin om vijf retouren aan te schaffen. Nog maar eens proberen.
“Mevrouw, ik ben geen Oezbeek, ik kan nauwelijks geloven dat U wilt dat ik hier terugkom. Bovendien heb ik een diplomatenpas. En onze visa lopen af.”
Schouderophalen is het resultaat. Regels zijn regels.
Goed, dan schakelen we over naar de overtuigende modus.
“Wel @#$!! Nu schrijf je heel snel vijf enkeltjes naar Dhaka uit. Ik weet precies wie je bent want je zoon zit bij mijn zoon in de klas. Als ik geen ticket krijg, blijven we alle vijf hier. Over twee weken loopt ons visum af”. Ik toon mijn visum voor Oezbekistan. “Als er dan problemen komen, en die komen er, zal ik het Ministerie van Buitenlandse Zaken precies uitleggen hoe het is gekomen dat we hier niet wegkonden!!!”
De juffrouw verlaat de zaal, een beetje witjes om haar neus. Ze komt terug met de tickets en een formulier. Een garantie. Dat ik, indien ze ons terugsturen uit Dhaka naar Tashkent (wat de here moge verhoeden) de kosten zelf zal betalen. Als ik dat onderteken, zal ik trotse bezitter worden van vijf enkele reizen.
Op dat moment zou ik mijn eigen doodvonnis ondertekend hebben. Ik heb de tickets dus. We gaan woensdag!

Reageer
woensdag, september 01, 2004
PRAZDNIK
Vandaag, 1 September, is het “prazdnik”, feestdag. De Oezbeken vieren de dertiende verjaardag van hun onafhankelijkheid van de wrede soviet onderdrukkers. Eindelijk vrijheid... Het is niemand duidelijk of er iets veranderd is in die dertien jaar, en al helemaal niet of dat ten goede was. Hopelijk zal het getal 13 geen extra ongeluk brengen.
Zoals bij elke feestdag waarschuwt de regering voor “terroristische elementen van buitenTtashkent”. Een ieder die in Tashkent officieel verblijft is daar geregistreerd, en bezit een “propiska”, een schriftelijke vastlegging van deze registratie. In de weken voor de prazdnik hebben politieagenten huisbezoeken afgelegd, om te zien of er ergens mensen waren zonder propiska, die dan ook zonder pardon buiten de stadsgrenzen werden afgezet. Ondanks tegnewerpingen van vrienden en familie. Want natuurlijk ging het vaak om mensen die met hun familie feest wilden vieren, of die in Tashkent werkten.
Op de avond voor 1 september is er altijd feest en vuurwerk. Tijd en locatie werden geheim gehouden. Zodat de eventuele terroristen uit de regio, die aan het waakzame oog van de politie waren ontsnapt, niets konden plannen. En er dus ook niemand kon komen, afgezien van de officieel uitgenodigde hoge omes. Gisteravond rond negenen konden we er van meegenieten. Drie boemen, wat gejuich, en Kees was alweer klaar. Ik geloof niet dat we echt iets gemist hebben. Wij vieren de feestdag en famille, als nette buitenlanders. Met een propiska.

Reageer
Vandaag, 1 September, is het “prazdnik”, feestdag. De Oezbeken vieren de dertiende verjaardag van hun onafhankelijkheid van de wrede soviet onderdrukkers. Eindelijk vrijheid... Het is niemand duidelijk of er iets veranderd is in die dertien jaar, en al helemaal niet of dat ten goede was. Hopelijk zal het getal 13 geen extra ongeluk brengen.
Zoals bij elke feestdag waarschuwt de regering voor “terroristische elementen van buitenTtashkent”. Een ieder die in Tashkent officieel verblijft is daar geregistreerd, en bezit een “propiska”, een schriftelijke vastlegging van deze registratie. In de weken voor de prazdnik hebben politieagenten huisbezoeken afgelegd, om te zien of er ergens mensen waren zonder propiska, die dan ook zonder pardon buiten de stadsgrenzen werden afgezet. Ondanks tegnewerpingen van vrienden en familie. Want natuurlijk ging het vaak om mensen die met hun familie feest wilden vieren, of die in Tashkent werkten.
Op de avond voor 1 september is er altijd feest en vuurwerk. Tijd en locatie werden geheim gehouden. Zodat de eventuele terroristen uit de regio, die aan het waakzame oog van de politie waren ontsnapt, niets konden plannen. En er dus ook niemand kon komen, afgezien van de officieel uitgenodigde hoge omes. Gisteravond rond negenen konden we er van meegenieten. Drie boemen, wat gejuich, en Kees was alweer klaar. Ik geloof niet dat we echt iets gemist hebben. Wij vieren de feestdag en famille, als nette buitenlanders. Met een propiska.

Reageer