<$BlogRSDUrl$>

woensdag, februari 15, 2012

ONLOSMAKELIJK VERBONDEN
Bij ons thuis lijken de woorden "ik" en "niet" onlosmakelijk verbonden, ze hebben een structurele hyperlink zogezegd. Op de vraag:
"Wie heeft de scherpe schaar?
klinkt het uit meerdere kelen:
"Ik niet!"
"Wie heeft mijn shampoo gepikt?"
"Ik niet!"
"Wie heeft de ham opgegeten?"
"Ik niet!"
"Wie heeft de chocolade opgegeten?"
"Ik niet!"
Worldcook slaat regelmatig spullen in om lekker mee te koken. Helaas worden die dan opgegeten, blijkbaar toch door een ongenode gast of de geest van de vorige bewoner. Dan moet er gekookt worden zonder dat ingrediënt. Dat is soms moeilijk - witte chocoladeijs klaarmaken zonder witte chocolade, daar moet je flink was fantasie voor hebben. En bij het eten roept er niemand:
"Ik niet!"
Een ode aan de winter, witte chocoladeijs.


Reageer

maandag, februari 13, 2012

NAAR DE ZUIDPOOL
Op het vliegveld in Cairo lopen een heleboel groezelig uitziende mannetjes, die een extra centje uit toeristen en andere reizigers proberen te persen. Als je aankomt op het vliegveld zijn zij taxichauffeur, maar op de terugreis is een dergelijk beroep niet meer in trek, dus werpen zij zich op als wegwijzers en tassendragers.
Aangezien mijn collega en ik cabin-size tassen hebben en toch al tientallen keren op dit vliegveld geweest zijn, hebben we geen enkele behoefte aan deze diensten, maar het blijkt moeilijk de aanbieders daarvan te overtuigen.
Mijn collega probeert het met grapjes. Op de vraag:
"Where are you going, sir?"
heeft hij al een aantal verschillende bestemmingen opgegeven, maar geen enkel antwoord werkte ontmoedigend.  Tenslotte spreekt hij zuchtend:
"To the South Pole".
Dit antwoord had wederom hetzelfde resultaat:
"Over here sir! I can help. I know where you have to go...."
Ik ga niet mee hoor, het is daar ijs- en ijskoud.


Reageer

vrijdag, februari 10, 2012

IN DE BOEIEN
In Cairo is het doen van aangifte op een politiebureau een bron van inspiratie. Geflankeerd met een vertaler die een woord of drie Engels spreekt (name, place en date) begeef ik me naar het bureau in Doki. Op het eerste gezicht is het niet duidelijk dat het hier om een politiebureau gaat; het is een volstrekt vervallen gebouw met gaten en ontbrekende tegels en hier en daar iets wat een aantal jaren geleden een plant moet zijn geweest. De plasjes water eromheen doen vermoeden dat er hier mensen werken met een meer positieve instelling dan ik. Het feit dat deze mensen geen politieuniformen dragen, draagt echter niet veel bij aan mijn vertrouwen. Als ze net zoveel mensenkennis hebben als plantenkennis, dan voorzie ik een aantal problemen.
We gaan een aantal keer van de eerste naar de tweede verdieping en terug, zonder noemenswaardige handelingen te hebben uitgevoerd. Na een keer of drie komt er structuur in: we verhuizen van een kamer met tapijt en televisie naar een volgende kamer met een mooier tapijt en een televisie met grotere diameter, en dan nog eens - overigens zonder iemand te ontmoeten. Maar dan, we spreken over drie uur later, neemt er iemand mijn paspoort in en het door de vertaler in Arabisch geschreven verhaal. Terwijl we wachten, vermaken we ons met het kijken naar magere straatkatjes die door de gangen rennen.
Uiteindelijk mogen we naar de kelder. Hier zitten mannen in politietruien met gouden sterren op de epauletten driftig in ouderwetse boeken te schrijven. Een agent neemt de verklaring en schrijft hem in zijn geheel over op een kreukelig bloknootvel. Dan wordt een en ander handmatig in het boek geregistreerd. Het vel wordt voorzien van een stempel. Mijn handtekening hoeft er niet op - gelukkig maar, want ik heb geen idee wat er staat, het had zomaar mijn doodvonnis kunnen zijn.
In de hoek van de kelder heeft men een arrestantencel gemaakt, met twee wanden van siersmeedijzer met grote punten en een dak van hetzelfde materiaal. Tegen de muur staat een houten bankjes en daarboven hangen twee ringen waaraan de handboeien kunnen worden vastgeketend. Zodra ik het velletje heb haast ik me vlug naar buiten, bang als ik ben dat je daar niet de eitjes geserveerd krijgt, die ze 's ochtends in het hotel wel produceren.


Reageer

dinsdag, februari 07, 2012

EEN GOED VOORBEELD
Ik ben in Cairo met mijn collega, die veel verstandiger is dan ik. Zij loopt negen trappen op en neer, wandelt tussen het werk en het diner en doet aan yoga. Verder eet ze gezond en drinkt nauwelijks. Ik zie haar voorbeeld en probeer het te volgen. Helaas, het vlees is zwakker dan de gewillige geest. Elf trappen naar beneden lopen lukt me nog goed, maar bij het omhoog gaan denk ik na de derde trap dat God de lift toch niet voor niets schiep. De alcohol is te lekker en grote delen van het weekend breng ik liggend op mijn bed door met een filmpje en iets te snoepen, in plaats van met flinke snelheid de paden op te wandelen. En bij het ontbijt neem ik vette yoghurt, kaas en jam.
Het gaat gewoon nooit iets worden met mij. En het ergste is nog, ze hebben hier niet eens lekkere chocola!


Reageer

zaterdag, februari 04, 2012

DE DUBBELGANGER VAN MUBARAK
Egyptenaren hebben veel meer fantasie dan wij nuchtere Hollanders en zijn dol op complottheorieën. In alles wat gebeurt zien zij een mogelijkheid tot andere uitleg. Zo nu ook met de opsluiting van Mubarak. Een taxichauffeur voert de volgende conversatie met me:
"Wat vind je van de revolutie? Goed of slecht?"
"Goed."
"En Mubarak? Goed of slecht?"
"Slecht. Maar gelukkig zit hij vast."
"O nee hoor, dat denk je maar. Dat is zijn dubbelganger. Hijzelf loopt gewoon vrij rond."
"En waar heeft hij zo'n goede dubbelganger gevonden?"
"Die had hij altijd al. Hij kwam nooit in het openbaar. Dat was altijd zijn dubbelganger. Dus wij weten helemaal niet hoe hij er echt uitziet."
Het zal toch niet waar zijn?

Reageer

woensdag, februari 01, 2012

GEBAKKEN CITROENEN
Was het eerst een zure citroen, nu zitten we ook nog gebakken citroenen, of zeg maar liever gebakken peren - en gebakken in echt vuur nog wel. De eerste week van ons verblijf is er een brandje in het hotel. Een bescheiden brandje, met meer waterschade dan vuurschade. De vuurrode tapijten blijken niet kleurecht en omdat het marmer op de vloer ook al niet van optimale kwaliteit was, staan er nu voor de komende eeuw sporen van rode voetstappen in het hotel.
Maar dat was nog niet genoeg opwinding: de volgende week is er een echte brand, uitslaand, met exploderende ramen en metalen sponning die door de enorme hitte naar buiten zijn gekruld. De brandmelders, die je zo fijn uit hun slaap houden de hele nacht met hun rode knipperende ogen, laten helaas niets van zich horen. Het vuur heeft zich vanaf de tweede etage door het trapgat een stuk voortgeplant. De brandtrap vanaf de twaalfde etage, waar ik zit, blijkt dood te lopen op een plat dak op tien hoog - nog een heel eind springen dus.
Gelukkig loopt het allemaal met een sisser af. Mijn tijd was nog niet gekomen en er is alleen materiële schade te betreuren. Een wit laken moet nieuwsgierige ogen weghouden bij de getroffen kamers.
De volgende dag al is men met de reparatie aan de slag. Omdat de elektriciteit het op deze vloer niet meer doet, heeft men een flinterdun niet geaard elektriciteitssnoertje via de trap naar twee etages hoger geleid. Hierop zijn alle zware machines anagesloten. Je zou je kunnen afvragen waarom er toch steeds brand uitbreekt - laten we hopen dat driemaal is scheepsrecht geen opgeld doet. Ik heb niet zoveel zin in gebakken citroenen.


Reageer